Maart, moestuinmaand

image Printervriendelijke versie

Aan het begin van het jaar begon ik er al over: in maart begint er écht een nieuw jaar en is het de hoogste tijd het nog eens over een eigen oogst te hebben. Maart is namelijk de maand waarin de natuur ontwaakt: vaste planten steken hun neus boven de grond, boomknoppen groeien haast zichtbaar, vogels keren terug van verre oorden. TVT-smaakmaker Mari Maris

Maart is vooral moestuinmaand. In februari kunnen er al tuinbonen de grond in en misschien een dapper soort sla, maar nu gaat het echt beginnen.
Wie (nog) geen tuin heeft en twijfelt of dat nou wel de moeite is, al dat gedoe terwijl ze bij de super spinazie verkopen voor bijna niks, die kan ik alleen maar luid toeroepen: ja! Dat is de moeite, uw eigen blaadjes; die zijn pas super, daar kan geen winkel tegenop. En ook als u weinig tijd hebt, en ook al geen buren die een tuin willen delen of samen een stukje plantsoen willen bezetten om vol te zaaien met groen geluk, ook dan kan eigen oogst.

Bij gebrek aan tuin en tijd kunnen een paar potten ook al mooie maaltjes leveren. Zorg voor flinke potten, houd daarbij een bonsaiboompje in gedachten: hoe minder ruimte de wortels hebben, hoe minder de boom uit kan groeien. Dat geldt voor alle planten. Als u weet dat het wortelgestel van een plant even groot is als het bovengrondse deel, dan weet u genoeg. Die spinazie hoeft dus niet in een metselkuip, maar toch wel in een aardig bakje.

Aarde bevat het voedsel waarvan de planten het hebben moeten en in een pot komt daar nooit vanzelf iets bij. Gewassen die een langere groei- en oogsttijd hebben, zoals bonen of de komkommerfamilie, lusten zo eens in de 1 à 2 weken wel een beetje extra: een schepje compost, mest of andere voeding (tuincentra en kwekers hebben allerhande zakjes met voedingsstoffen). Kies, zeker als u weinig tijd hebt, soorten die lekker makkelijk zijn, snelle jongens als radijs of raapstelen en andere planten waar steeds opnieuw van gesneden kan worden: slamengsels voor oogst van jonge blaadjes, snijbiet, wilde rucola. Ook tomaten en aubergines vinden het prima in een ruime pot, vaak doen ze het op een beschut balkon of terras zelfs beter dan in de volle grond.

Of ga voor gewicht en oogst straks kilo’s komkommerachtigen: komkommer zelf, augurk en cornichon (in de winter nog eigen augurkjes eten is erg leuk en heel zo gedaan). Of kies voor courgettes, eventueel in rankende (lees: klimmende) vorm. Het grote voordeel van een rankende soort is dat je één grote pot heb - hier is een maat metselkuip wél op zijn plaats, waar meters en meters oogst uit groeit, de hangende muskaatcourgettes zijn bovendien bijzonder smakelijk. Ook een rankende pompoenplant kan makkelijk een hele balkonreling begroeien. Er zijn ongelofelijk veel soorten mooie mini-pompoenen, die hebben als voordeel dat ze veel vruchten geven van een mooi handzaam formaat. De gulle gaven van deze familie moeten natuurlijk wel ergens door gevoed worden Zet ze daarom in rijke grond, of direct in compost of mest (zelfs half verteerde is prima) en geef ze daar als de planten groot zijn wekelijks een extra portie van. Da’s nog altijd minder gedoe dan in de rij van de super staan met saaie doorsnee groenten.

O, ja voor u al te enthousiast wordt: kijk even goed naar de zaai-instructies op de zaadzakjes, nog lang niet alles kan buiten in de grond. Maar die pompoenen kunt u wel vast binnen voorzaaien (in een fles, maar da’s weer een ander verhaal).

Voor zaadbedrijven waar je vanzelf jeukende groene vingers van krijgt:
Vreeken’s zaden https://www.vreeken.nl
De Nieuwe tuin https://denieuwetuin.be

In afwachting van de eerste oogst, en ter voeding van de tuinier, een stevig maaltje met fris groen.

Witte boontjes met lentegroen
250 à 300 g witte boontjes: krombek, cannelini oid., tenmiste 6 uur geweekt in ruim water
1 middelgrote uien, gesnipperd
2 à 3 tenen knoflook, fijngehakt
takje rozemarijn
1 laurierblad
3 flinke handen voorjaarsgroen: veldkers, daslook, zuring en dergelijke. Als u niet zo’n wildplukker bent kan het ook met gecultiveerde blaadjes: tuinkers, basilicum, peterselie, veldsla etcetera.
1 biocitroen
stuk Parmezaan
olijfolie

4 landboterhammen
nog 1 teentje knoflook.

Breng een ruime pan water aan de kook met de rozemarijn en laurier en de helft van de uien en knoflook en voeg de bonen toe. breng weer aan de kook, draai het vuur lager en kook ze afhankelijk van soort en leeftijd in 40 minuten tot anderhalf uur beetgaar.

Boen de citroen en rasp het geel van de schil, kook het de laatste minuut met de boontjes mee. Pers (de helft) van de citroen uit.

Rooster als de bonen bijna gaar zijn de boterhammen in een koekenpan met een filmpje olie. Wrijf met de knoflook over het brood tot ze lokig naar smaak zijn. Snijd ze schuin doormidden.

Giet de boontjes af, veeg de pan droog en zet hem terug op het vuur. Verwarm er een scheutje olie in en fruit daarin de laatste ui en knoflook. Voeg als die glazig zijn de bonen toe, schep goed door elkaar en maak op smaak met citroensap en peper en een beetje zout.

Meng de helft van de blaadjes erdoor en verdeel over borden. Schaaf er royaal Parmezaan op en bestrooi met het laatste groen en leg helften brood ernaast.

Variaties:
- Soep, en iets lichter voor wie niet gaat tuinieren, wordt het door een derde tot de helft minder bonen te gebruiken en ze in 1,2 liter vocht te koken. Dat kan water zijn, gebruik dan meer kruiderij. Of bouillon naar smaak. - In beide gevallen kan er ook een blik gesneden pommodori bij voor een iets zoeter en lichter maal. Voeg ze tegelijk met de bonen toe aan de gefruite ui.

 

 

 

 
 
de tafel van Tine - Visserij 199 - 9000 Gent - info@detafelvantine.be - Disclaimer - verantwoordelijke uitgever: mdmedia - Site by 2Mpact