Moestuin 2.0 - Mari Maris

image Printervriendelijke versie

Een moestuin voor iedereen die verse, eigen groenten wil maar geen tijd heeft om dagelijks te wieden, schoffelen en zorgen.

Aan het begin van het jaar, – dat in de moestuin zo’n beetje in februari, maart begint, wist ik al dat het door drukte van een vers boek en een heleboel redenen waar ik u nu niet mee lastig zal vallen (dat komt wel in dat verse boek) een raar jaar zou worden. In elk geval een jaar waarin er geen tijd zou zijn om elke dag iets in de moestuin te doen. En een dagelijks uurtje in de tuin is volgens de norm toch het minste dat nodig is voor een goede oogst.

Maart zag er uit als altijd, keurige kale aarde bezaaid met bordjes vol groentenamen en zaaidata, de eerste voorzichtige rijtjes kiemplantjes. Een veldje voor later gebruik ingezaaid met bloemen, eetbaar voor ons en de bijen. En toen moest ik weg, best wel lang weg. Toen ik terugkwam waren mijn groenten net zo groot als het onkruid eromheen; melde, vogelmuur, uitgezaaide zuring en aanverwante druktemakers. In de dagen na thuiskomst verdween een flinke portie van de weelderige wildgroei in salade, pasta, soep, pesto en tortilla, en ja hoor; daar waren de raapstelen, spinazie en andere bladgroenten die zich niet op de kop lieten zitten door opdringerige buren.

De jonge groenteplantjes hadden weer wat lucht, maar ik moest alweer weg voor de tuin de kans kreeg op een keurig aangeharkte voorjaarstuin te lijken. Bij thuiskomst stond dit keer alles meer dan kniehoog, er schoot een haas bij mijn voeten vandaan toen ik op groentesafari ging. Ik vond radijzen, jonge wortel en biet. Doperwt en peul (of sluimererwt) hadden hun klimrekken gevonden, de sla had het prima tussen het komkommerkruid. En ik had andere dingen te doen dan orde scheppen. Tussen de buitentuinse activiteiten was er dagelijks een mals maaltje uit de tuin.

En weer moest ik weg. Bijna de hele maand juni nog wel, dé tuinmaand, zo zeggen de boeken. Eind juni kwam ik thuis en trof een manshoge zee van kamille, borage, klaprozen, goudsbloemen, papavers en honderden bijen zoemend van tevredenheid. Tussen al die weelde groeiden mijn brave groenten; doperwtjes en rankende pompoenen hadden hun rekken al flink vol gegroeid, de tuinbonen en aardappelen zagen er nooit eerder zo gezond uit. Logisch ook, ze staan beschut, de planten die er tussendoor groeien houden met hun enorme diversiteit belagers op afstand en voorkomen dat de aarde helemaal uitdroogt, ondanks de droogte. Omdat ik weet waar alles staat kan ik redelijk probleemloos een diner oogsten, verbaasde moestuinbezoekers kijken me vol ongeloof aan als ik beweer dat er uit de jungle iets te eten komt. Nou zijn mensen wel vaker verbaasd als ze mijn tuin zien; rijtjes groenten met kale aarde ertussen lukt me zelden (bovendien geloof ik niet zo in het nut ervan) maar dit jaar slaat alles.

We introduceren: De Woestuin!

Ik kan hem van harte aanbevelen. Er hoeft amper iets aan te gebeuren: alleen verstoren om te oogsten, en zaaien als ergens een plekje vrijkomt. Het énige waarvan de oogst een beetje tegenvalt zijn de worteltjes, die zijn nog precies even groot, –klein, en lijken toch wat meer lucht te wensen. Maar het zou me niks verbazen als ze zodra hun buren afgestorven zijn alsnog gaan groeien en een late oogst geven. Of niet, ik kan prima leven zonder, er is meer dan genoeg.

En bovendien is het prachtig, het ochtendlicht dat over de gele bloemhoofden van de dille strijkt, de frêle blauwe bloemen van de andijvie die van mij altijd zelf mag weten waar hij zich wil uitzaaien, het rood van de klaprozen daaronder. Bijen blij, ik blij.

De woestuin, onze oase.

Sappige tijm-doperwtjes
 
(voor 4 personen)
600 g doperwten, schoon gewicht (reken vuil het dubbele)
2 tenen knoflook, fijngehakt
8 takjes tijm, gerist en gehakt
ca. 1 eetl citroensap
olijfolie
eventueel: heel oude Hollandse boerenkaas of Parmezaan (gerookt) zeezout.

Verwarm een passende koekenpan met een scheutje olie. Fruit de erwtjes en knoflook erin zonder te kleuren.
Schud regelmatig om en blus na 2 minuten af met water tot ze voor een derde in het vocht staan. Druppel er citroensap bij, bestrooi met tijm en schud door elkaar.
Leg er een bakpapiertje, – of niet sluitende deksel, over (zodat de stoom kan ontsnappen maar de warmte bewaard blijft).
Draai het vuur half laag en schud na 2 minuten om. Dek weer af en laat in nog 2 à 3 minuten smaakgaar worden.
Maak af met peper & zout, misschien nog wat tijm en (gerookt) zeezout.
Of met de dunschiller geschaafde kaas.

Ik at ze met een in olijfolie geroosterde landboterham. Een nieuw aardappeltje of in kruidenbouillon gegaarde Quinoa passen er ook goed bij.

 

 

 

 

 

 
 
de tafel van Tine - info@detafelvantine.be - Disclaimer - verantwoordelijke uitgever: mdmedia & partners