Veldwerk: de spruitjes van Maarten De Wit uit Mechelen

image Printervriendelijke versie

Het is nog vroeg en winters koud als we het spruitjesveld van Maarten De Wit oplopen. Toch staan er achter de tractor reeds 12 bakken boordevol spruitjes want Maarten begint met plukken van zodra het 's morgens licht wordt. Tot nieuwjaar wordt nog volop met de hand geplukt, pas daarna neemt de plukmachine het zware werk over. TVT-smaakmaker Tine Bral

Het verhaal
Maarten: "Ik kom uit een familie van tuinders. Mijn grootvader startte het bedrijf op en begon met de spruitjesteelt. Voor hem was het zijn hoofdberoep, voor mijn ouders was het een bijberoep. Ik groeide op als tuinderskind en ging dan ook naar de tuinbouwschool in Mechelen. Na de school ging ik aan de slag als heftruckchauffeur op de veiling van Sint-Katelijne-Waver en hielp tussendoor mee op het bedrijf. Toen mijn vader in 2002 stierf, heb ik het bedrijf overgenomen. Eerst in bijberoep, daarna halftijds, tot het in 2010 een voltijdse job werd. Dat kon omdat het bedrijf gegroeid is van de oorspronkelijke 2 hectaren tot de huidige 18 hectaren.

Vroeger waren er in de streek zeer veel kleine tuinders en boeren, maar die zijn allemaal verdwenen, enkel de grotere bedrijven kunnen overleven. Spruitjes zijn een najaarsteelt die ik samen met mijn moeder en vriendin doe, al breng ik wel de meeste tijd op het veld door. Natuurlijk kun je niet leven van spruiten alleen en we starten in de lente dan ook met doperwten om daarna over te schakelen naar boterbonen. Die laatste zijn een markt die heel hard gegroeid is de laatste vijf jaar. In de zomer schakelen we ook seizoensarbeiders in.”

De teelt
Spruitjes zijn een typische wintergroente en zegt de volkwijsheid niet dat ze pas op hun best zijn nadat het gevroren heeft? Maarten: “Misschien was dat vroeger zo, maar ik heb nooit een smaakverschil geproefd. (lacht) Ik heb een achttal verschillende rassen op mijn velden staan: van zeer vroege tot zeer late. De eerste spruitjesplanten gaan in mei de grond in. De plantjes - ze zijn zo minuskuul klein dat je ze amper ziet staan - komen van gespecialiseerde kwekers. De eerste weken worden ze afgedekt met netten, want duiven en konijnen lusten ze wel. Na een maand liggen de rijen dicht en beginnen de planten aan hun lengtegroei.

Spruiten groeien van onder naar boven aan de stengel. We halen telkens de onderste weg zodat nieuwe alle energie krijgen. Die spruitjes die in mei geplant worden, oogsten we eind september. Na mei worden met tussenposes nieuwe spruitjes geplant en we oogsten tot begin maart. Zelf vind ik de vroege rassen het lekkerst, ze zijn mooi donkergroen en ovaal van vorm. Latere rassen zijn bleker en ronder, maar ze kunnen beter tegen de koude.”

Gebogen tussen de planten toont Maarten ons hoe het moet. Hij kiest zorgvuldig de spruitjes die de juiste grootte hebben. Maarten: “Met de hand kan je heel secuur werken en het is best wel belastend voor de rug. We plukken eerst een tijdje manueel en gaan daarbij verschillende keren over hetzelfde veld. De spruitjes die nog te klein zijn, laten we rustig verder groeien. Op het einde van het seizoen – voor elk ras is dat een ander tijdstip - halen we er de plukmachine bij. Daarbij wordt de stam in één keer doorgesneden en dan door een plukkop met een reeks kleine mesjes geduwd. Het gaat snel, maar een klein deel van de spruitjes raakt toch ‘gekwetst’ en is verloren. (kijkt rond) Op dit veld van ca. 1 hectare staan ongeveer 20.000 planten en elke plant draagt 800 g tot een kilo spruiten. (lachend) Dat zijn heel veel spruitjes.”

De belangrijkste en hardnekkigste vijand van de spruitjesplant is het koolvliegje. Maarten: "Het is zeer lastig te bestrijden. Vroeger gebruikten we breedwerkende middelen die efficiënt waren, maar slecht voor het milieu. Vandaag zijn er betere producten die veel gerichter kunnen ingezet worden, maar die bijzonder duur zijn. Spruitjes biologisch telen is zeer moeilijk."

Van het veld naar de veiling
Met het plukken van de spruitjes is het werk nog niet af, ze moeten nog gesorteerd en ‘geschoond’ worden. Maarten: “Zodra het spruitje los is van de plant gaan de buitenste blaadjes uitdrogen. Voor ze naar de veiling gebracht worden, snijden we het voetje bij en verwijderen de droge blaadjes – meestal twee of drie - zodat er een mooi fris spruitje overblijft. Dit opschonen gebeurt bij ons manueel maar het kan ook machinaal. Alleen kan de machine het – voorlopig – nog niet mooier en sneller dan de mens. Wel goedkoper en dus zijn de meeste spruitjes in de supermarkt machinaal geschoond.”

 

Het perfecte spruitje? Maarten: “Spruiten worden gesorteerd in drie doorsnedes: groter dan 33 mm, tussen de 27 en 33 mm en kleiner dan 27 mm. Voor de veiling telen wij vooral spruitjes tussen de 27 en 33 mm, eigenlijk het gros van de aanvoer wat uiteraard gevolgen heeft voor de prijs. Iets dikkere spruitjes hebben het voordeel dat je met minder werk een groter gewicht kan realiseren."

De toekomst
“Spruitjes zijn een intenstieve teelt waar je per hectare nog een mooie opbrengst mee kan realiseren. Tenminste als alles meezit. De zomer mag niet te nat zijn, maar ook weer niet te droog. Om de grond gezond te houden moet je elk jaar wisselen van teelt. Dat doen we zoveel mogelijk op onze eigen gronden. Waar het ene jaar spruitjes stonden, staan nu erwten en volgend jaar bonen. We ruilen daarnaast ook gronden met collega-tuinders waar zij dan hun teelten op plaatsen.

De percelen worden steeds duurder in aankoop, 50.000 euro voor 1 hectare is hier de gangbare prijs. De helft van onze grond is onze eigendom, de andere helft huren we. De huurprijzen evolueren uiteraard mee met de grondprijs. Om rendabel te zijn en te blijven, moet een bedrijf kunnen groeien en dat is ons doel voor de komende jaren."

koken & tafelen algemeen

 

 

 

 

Kerstwinkel 2017

 
 
de tafel van Tine - Visserij 199 - 9000 Gent - info@detafelvantine.be - Disclaimer - verantwoordelijke uitgever: mdmedia - Site by 2Mpact