


 | Zeeuwse mosselen van Friese afkomst
De Oosterschelde is een van de zuiverste wateren van Nederland. Het hele gebied is natuurpark en zowel de schelpdierenkweek als de kreeftenvangst en het snijden van lamsoor en zeekraal zijn streng gereglementeerd. Toch ging al dat zilte lekkers bijna verloren. Na de watersnoodramp van 1953 startte de regering het Deltaplan op. Aanvankelijk wilde men de Oosterschelde volledig afsluiten waardoor die onherroepelijk zou verzoeten en de unieke fauna en flora van het gebied verloren zou gaan. Van mossel- en oesterteelt zou geen sprake meer zijn. De stormvloedkering bracht uitkomst.
Voorlopig laten we de stormvloedkering letterlijk links liggen en rijden naar Yerseke, het centrum van de Zeeuwse mosselhandel. Daar wacht een mosselkweker – hij heet zowaar Jan – ons op om de Oosterschelde op te gaan. Terwijl de mosselkotter koers zet naar de Zeelandbrug vertelt Jan de Mosselman het mosselverhaal.
Jan: "Mosselen zijn een zuiver natuurproduct waar wij kwekers weinig of geen vat op hebben. Vanaf midden april tot goed midden juni gaan de mosselen ‘melken’, zaad vormen, dat ze loslaten in het water. De mossellarfjes zweven rond en ontwikkelen een schelpje om zich te beschermen. Door het gewicht van de schelp zakken ze naar de bodem waar ze zich met hun byssusdraden (baard) vastgrijpen aan alles wat houvast biedt: de zeebodem, voorwerpen en elkaar. Die trossen met mosseltjes van 1cm groot, zijn het mosselzaad. Dat zaad vissen we in het na- en voorjaar op en zetten het uit op onze kweekpercelen. Vooral de Waddenzee is een echte mosselcrèche. Na 1 jaar verplaatsen we ze naar een gebied met meer stroming, bij mij de Oosterschelde, zodat ze zich lekker dik kunnen eten. Eenmaal volgroeid - ze meten dan ca. 6 cm en zijn goed 3 jaar oud - brengen we ze naar een beschutte plaats waar ze blijven tot we ze opvissen voor de veiling."
Boven zo’n gebied varen we en het grote schepnet aan de zijkant van de boot verdwijnt in de diepte. De boot trekt het net over de bodem en een zware metalen plaat schraapt letterlijk de mosselen los. Als het volle net wordt uitgestort in het, met Oosterscheldewater gevulde, ruim zitten tussen de mosselen ook vissen, krabben, zeesterren en zelfs een verdwaalde kreeft. Het ritueel van scheppen en lossen herhaalt zich het volgende uur iedere keer weer en in geen tijd is onze boot gehuld in een wolk meeuwen.
De natte pakhuizen van Yerseke
De ruimen zijn gevuld en de kotter zet opnieuw koers naar Yerseke. Na controle en het vaststellen van de prijs zullen de mosselen gestort worden op de verwatergronden van een van de mosselhandelaars. Deze verwaterpercelen zijn de ‘natte pakhuizen’ van Yerseke. Tijdens de verwaterperiode bekomen de mosselen van alle doorstane emotie, komen tot rust en spoelen zich vrij van zand en slib. Dit verwateren in de Oosterschelde bezorgt hen ook het predikaat ‘Zeeuwse Mosselen’.
Na ca. 2 weken halen de handelaars de mosselen opnieuw op om ze verder te verwerken. Met behulp van ‘mosselvriendelijke’ installaties worden te kleine exemplaren, lege schelpen, en zeewier verwijderd. De mosselen worden onttrost, de baarden worden afgetrokken en krachtige waterstralen verwijderen de laatste restjes vuil. Rest enkel nog het verpakken in lekvrije zakken en de mosselen kunnen op weg naar – voornamelijk - België. Wij Belgen zijn met ons 30 miljoen kg per jaar immers de grootste mosseleters ter wereld.
Mosselen van Neeltje Jans
In de grote bouwputten van Neeltje Jans ,waar de pijlers van de stormvloedkering werden gebouwd, liggen nu de mosselvelden van kwekerij Schot. Goed 400 000 kg mosselen worden elk jaar ‘geplukt’ want de familie Schot ging voor de hangcultuur. Alhoewel de hangcultuur 80% van de wereldmosselkweek uitmaakt, wordt ze hier in Zeeland wat aarzelend benaderd. Wij schepen in op een van de catamarans waarmee de mosselen opgehaald worden. Simon Schot: "Ons kweekgebied is 50 ha groot. Het mosselzaad halen we hoofdzakelijk van de palen aan de stranden. Dat mosselzaad spuiten we in 16 m lange "sokken" die we ophangen aan horizontale lijnen die ca. 7m boven de bodem – het is hier 15 m diep – hangen en drijvend gehouden worden door boeien. 1kg zaad geeft ca. 4kg mosselen. Na 12 maand tot 2 jaar zijn de mosselen consumptierijp. Dit gaat sneller dan bij bodemcultuur want doordat ze minder bodemsediment te verwerken krijgen moeten ze alleen maar groeien: bek open en eten dus. Bijkomend voordeel is dat ze volledig zandvrij zijn en dat we de bodem niet dienen om te woelen bij het ophalen."
Recepten:
- Mosselen met kruiden
|