nieuws
tafel van tine
smaakmaker
producten
chefs
recepten
streken en steden
boekenkast
proefwerk
archief
nieuwsbrief
contact
partners

Erwtjes en boontjes: de zomer op zijn best

Leguminosae is de poëtische botanische naam van peulvruchten als erwtjes, tuinbonen, sperzie- en snijbonen en de kleurrijke dopbonen. De zomer is hun seizoen en vers geplukt smaken ze het allerlekkerst.

1

1

Oerfood
Erwten zijn zowat het oervoedsel van de mens. Van West-Europa tot Tibet groeiden immers erwten in het wild en al snel ging men ze kweken als voedingsgewas. Tot aan de komst van de aardappel waren ze ook bij ons massavoedsel nr. 1. Homeros vermeldt in zijn Ilias soepstalletjes met erwtensoep en de Romeinen vulden hun brood en spelen aan met erwtensoep. Romeinse senatoren gebruikten dan weer een zwarte of groene tuinboom om te stemmen: zwart was nee, groen ja.

Ook in onze streken waren erwten geliefd al ging het met hun gebruik bergaf toen de Romeinen terug naar Italië trokken. Het waren de monniken die de erwt – en de tuinboon, de enige inheemse van alle bonen – opnieuw op het dagelijkse menu plaatsten. Beide steken boordevol eiwit en vanaf de 12de eeuw waren ze hét basisvoedsel van rijk (erwten) en arm (tuinbonen). Vers kwamen ze echter slechts zelden op het bord, ze werden gedroogd en gestockeerd als winterkostje. Gedroogd verloren ze immers weinig van hun voedingswaarde, bewaarden ze lang en waren ze meteen ook het zaaigoed voor het volgende jaar. Het waren de Fransen die in de 16de eeuw de verse doperwt gingen eten. De Engelsen waren de eersten om verse erwten in te blikken om het scheepsrantsoen aan te vullen.

Indianenfood
Vanaf de 15de eeuw kregen erwten en tuinbonen het gezelschap van een kleurrijke reeks bonensoorten. Ze werden meegebracht door de Spanjaarden en waren – samen met maïs – het basisvoedsel van de Midden- en Zuid-Amerikaanse Indianen. Het bonenassortiment veroverde snel de Europese tafels.
Van sperzie- en snijbonen zijn de zaden weinig ontwikkeld zodat de volledige boon wordt gegeten. Sperziebonen zijn er in geel, groen en paars. Een mengeling van de drie serveer ik graag als salade, al dan niet met wat tuinbonen, stukjes snijboon en de malse hartjes van jonge kropsla.

Alle andere bonensoorten die via de Spanjaarden in Europa belandden waren dopbonen, waarvan alleen de boon gegeten wordt. De bekendste zijn de flagelots, kleine langwerpige boontjes die vooral door onze zuiderburen worden gewaardeerd. Bij ons vind je ze zelden vers, wel in blik en gedroogd. Ook borlotti’s en cannellini zijn meestal enkel in blik of gedroogd te krijgen. Nochtans zijn de rode en gestreepte borlotti’s ook heerlijk als verse boon. Gewoon gaarkoken en stoven in wat olijfolie met knoflook en tomaat. Vertrek je van gedroogde bonen, laat ze dan minstens een nachtje weken, giet het weekwater weg en laat ze in vers water ca. 2 uur zachtjes garen. Verwerk ze verder volgens je recept of plet ze samen met olijfolie en knoflook tot een smeuïge pasta.

Eigen boontjes doppen
Zowel erwtjes als bonen zijn makkelijk zelf te kweken, zelfs in potten. Het zijn enthousiaste klimmers dus is een stevig klimrek noodzakelijk. Ook in de tuin bij mij thuis stonden lange rijen manshoge erwtenstruiken, gesteund door kippengaas, en hoge bonenstaken, als wigwams bovenaan samengebonden, waarlangs sperziebonen en snijbonen zich slingerden. Er was ook altijd een veldje lage ‘haricot verts’, mijn vaders antwoord op mijn moeders vraag naar fijne boontjes.

Plantte mijn vader alle boontjes, wij – de kinderen – waren de plukkers van dienst. Ik vond erwtjes plukken het leukst omdat ik dan stiekem de zoete erwtjes, rauw uit de dop geritst, als snoepje kon eten. Kilo na kilo doppen, vond ik minder plezant, dan liever de snijbonen door het molentje steken of de sperzieboontjes onttoppen en draden. Dit laatste hoeft nu nog zelden, want de het laatste decenium werden nieuwe soorten ontwikkeld die grotendeels draadvrij zijn.

Op het bord
Vanaf midden juni kwamen elke week wel erwtjes of boontjes op tafel. Erwtjes werden gestoofd met worteltjes of met sla. Kruiden deed mijn moeder ze met fijngesnipperde verse munt. Sperzieboontjes werden meestal gestoofd met uitjes of beetgaar gekookt en lauw met een pittige mosterdvinaigrette gemengd. Snijbonen werden in reepjes gesneden en aangestoofd met tomaten. Tuinbonen en flagelots werden beetgaar gekookt en dan gestoofd met stukjes spek en uitjes.
Wat van de royale oogst niet meteen kon verbruikt worden, ging – eerst even geblancheerd - de diepvries in om in de winter van te smullen. Winterkost, net als vroeger.

recepten:
- tongschar met puree en boontjes (chefrecept van Bart Desmidt)




terug naar boven