

 | Verdwaald
We gingen mee de Oosterschelde op met Jan Westerbrugge, een van de 5 kreeftenvissers die hun fuiken ‘mogen’ uitzetten. Volgens Jan zijn de eerste kreeften als verdwaalde larfjes de Oosterschelde ingesukkeld waar ze een veilige thuis vonden. In de winter wordt het water niet té koud, het is goed zout – in zoet of brak water overleven kreeften niet - en er zijn voldoende schuilplaatsen. In hun holen kunnen ze rustig de periode van verschalen uitzitten tot hun nieuwe pantser sterk genoeg is om opnieuw hun soortgenoten te confronteren. Kreeften zijn immers behoorlijk agressieve beesten die niet terugschrikken voor een stevig robbertje vechten. De verliezer wordt gewoon opgepeuzeld door de winnaar.
Europa versus Amerika
Tweemaal per dag haalt Jan zijn fuiken op. Hij vist de kreeften behendig uit de netten en schuift supersnel elastiekjes om de vervaarlijk klauwende scharen. In de Oosterschelde leeft een heel stabiele en mooie populatie die nog steeds groeit. Doordat ze in de voorbije 100 jaar een paar keer bijna uitgestorven waren, heeft er een heel intensieve selectie plaatsgehad wat de kwaliteit ten goede kwam. Kun je geen verschil zien tussen een kreeft uit Bretagne, Schotland, Noorwegen of de Oosterschelde, deze Europeanen verschillen wel van hun – in de handel meest aangeboden - Canadese soortgenoten. De Europese zijn blauwzwart, hebben steviger vlees, zijn iets zoeter van smaak en eenmaal gekookt zijn ze rood. De Canadezen zijn bruiner, gespikkeld en hebben zwaardere scharen en gekookt veeleer roze. Omdat de Europese delicater van smaak zijn en ze – als beschermde soort – slechts tijdens een beperkte periode gevangen mogen worden, hangt aan hun scharen een hoger prijskaartje.
Evenwicht
We zijn doorgevaren en kunnen bijna de pijlers van de Zeelandbrug aanraken. Jan benadrukt dat de kreeftenvangst een duurzame visserij is waarbij niets ‘kapot’ gemaakt wordt. "Je zet je fuiken uit, de kreeften lopen erin, je haalt ze op, klaar!" zegt hij. "Als je op je stek teveel kreeften vangt dan heb je het jaar erop minder, dus je laat dat. Er komen wel nieuwe kreeften maar nooit meer dan het gebied kan dragen." Te kleine kreeften – Jan meet bij twijfel de beestjes nauwkeurig na op hun minimumlengte van 24cm - worden teruggezet, net als vrouwtjes met eitjes.
De kreeften worden op het bootje gestockeerd in een ‘bun’, een ruimte waar het zeewater vrij spel heeft. Eens gevangen moet een kreeft in zeewater blijven en best zo snel mogelijk verbruikt worden. De beesten eten immers niets meer, integendeel, ze vreten zichzelf op.
Meer info: www.oosterscheldekreeft.nl
recepten: - gegratineerde Oosterscheldekreeft met aardappel-kervelpuree, zeekraal en truffelsabayon
|